Oefen je grammatica voor de toets Unit 6 klas 1 blue label (t)/havo/vwo

Oefenen met was/were

Oefenen met bevestigende zinnen in de Simple Past (verleden tijd van regelmatige werkwoorden)

  • oefening 1: multiple choice met de vorm van de verleden tijd van regelmatige werkwoorden
  • oefening 2: drie invuloefeningen met de verleden tijd van regelmatige werkwoorden
  • oefening 3: invuloefening met de verleden tijd van regelmatige werkwoorden
  • oefening 4: invuloefening met de verleden tijd van regelmatige werkwoorden
  • oefening 5: invuloefening met de verleden tijd van regelmatige werkwoorden

Oefenen met –er en –est (als je wilt vergelijken)

  • oefening 1: invuloefening met -er en -est
  • oefening 2: invuloefening met -er en -est
  • oefening 3: multiple choice oefening over het gebruik van – er of -est
  • oefening 4: maak zinnen met as … as
  • oefening 5: maak zinnen met not as … as
  • oefening 6: invuloefening met de juiste vormen van -er en -est
  • oefening 7: oefen met de spelling van de -y / -ie

Oefenen met de plaats van het bijwoord (probably/ really/ just/ always/ never/ usually/ still)

  • oefening 1: herschrijf zinnen met de bijwoord op de juiste plek
  • oefening 2: zet woorden in de juiste volgorde door  te klikken.
  • oefening 3: drie invuloefeningen: herschrijf zinnen met de bijwoord op de juiste plek, verbeter foute zinnen en plaats woorden in de juiste volgorde.
  • oefening 4: twee spelletjes over bijwoorden, 1 over de betekenis van bijwoorden, 1 over de woordvolgorde van het bijwoord.
  • oefening 5: twee invuloefeningen: Plaats de bijwoorden op volgorde van frequentie (hoe vaak iets voorkomt) en herschrijf zinnen met de bijwoord op de juiste plek

Oefenen met some en any

  • oefening 1: invuloefening met some en any
  • oefening 2: multiple choice oefening met some en any
  • oefening 3: multiple choice oefening met some en any
  • oefening 4: multiple choice oefening met some en any
  • oefening 5: multiple choice oefening met some en any
  • oefening 6: multiple choice oefening met some en any

Oefenen met bezit: s en s’

Oefen je woordjes met de gecontroleerde WRTS-lijsten van ThiemeMeulenhoff.