Oefen je grammatica voor de toets Unit 8 klas 1 blue label (t)/havo/vwo

Oefenen met (on)regelmatige werkwoorden in bevestigende, vragende en ontkennende zinnen in de Simple Present (He goes)

  • oefening 1: verschillende oefeningen met de Simple Present
  • oefening 2: verschillende oefeningen met de Simple Present
  • oefening 3: verschillende oefeningen met de Simple Present

Oefenen met de Simple Present (I go) en Present Continuous (I am going)

  • oefening 1: oefening om zinnen in de Simple Present en de Present Continuous te herkennen.
  • oefening 2: multiple choice oefening met amis / isn’t / does / doesn’t / don’t /do
  • oefening 3: multiple choice oefening met vormen van de Simple Present en de Present Continuous
  • oefening 4: invuloefening over het gebruik van de Simple Present en de Present Continuous
  • oefening 5: invuloefening over het gebruik van de Simple Present en de Present Continuous
  • oefening 6: verschillende oefeningen met de vorm en het gebruik van de de Simple Present en de Present Continuous
  • oefening 7: verschillende oefeningen met de vorm en het gebruik van de Simple Present en de Present Continuous

Oefenen met to be going to

  • oefening 1: invuloefening met to be going to in een ontkennende zin
  • oefening 2: invuloefening met to be going to in een bevestigende, ontkennende en vragende zinnen
  • oefening 3: invuloefening met to be going to in een bevestigende, ontkennende en vragende zinnen

Oefenen met voornaamwoorden (I, me, my, etc)

  • oefening 1: invuloefening met I, you, he, she, it, we, they
  • oefening 2: invuloefening met I/me, you/you, he/him, she/her, etc.
  • oefening 3: multiple choice met I/me, you/you, he/him, she/her, etc.
  • oefening 4: invuloefening met my, your, his, her, his, our, their

Oefeningen met hoofdtelwoorden 1-100

  • oefening 1: multiple choice oefening met hoofdtelwoorden 1-100
  • oefening 2: invuloefening over de hoofdtelwoorden 10-100
  • oefening 3: spelletje waarbij je de geschreven hoofdtelwoorden 1-100 moet herkennen

Oefeningen met hoofdtelwoorden 1-1000000

  • oefening 1: invuloefening over hoofdtelwoorden 1-1000
  • oefening 2: invuloefening over hoofdtelwoorden 1-1000000

Oefeningen met rangtelwoorden

  • oefening 1: invuloefening met de rangtelwoorden 1-40
  • oefening 2: invuloefening met het schrijven van rangtelwoorden 1-1000000 (bepaal zelf of je nummers tot 10, 20, 100, 1000 of 1000000 uitschrijven)

Oefenen met de datum

Oefenen met de uitspraak van het Engelse alfabet

  • oefening 1: multiple choice oefening waarin je de uitgesproken klinkers opschrijft
  • oefening 2: multiple choice oefening waarin je de uitgesproken medeklinkers opschrijft
  • oefening 3: multiple choice oefening waarin je de uitgesproken medeklinkers opschrijft
  • oefening 4: multiple choice oefening waarin je de uitgesproken medeklinkers opschrijft
  • oefening 5: invuloefening waarin je de uitgesproken letters opschrijft (ook worden alle letters van het alfabet uitgesproken)
  • oefening 6: invuloefening invuloefening waarin je de uitgesproken letters opschrijft

Oefen je woordjes met de gecontroleerde WRTS-lijsten van ThiemeMeulenhoff.