Wanneer gebruik je de lijdende of bedrijvende vorm?

Oefenen met het herkennen van de bedrijvende vorm (He builds a house) en lijdende vorm (A house is built (by him))

  • oefening 1: multiple choice oefening waarin je moet bepalen of een zin bedrijvend of lijdend is
  • oefening 2: multiple choice oefening waarin je moet bepalen of een zin bedrijvend of lijdend is
  • oefening 3: multiple choice oefening waarin je moet bepalen of een zin bedrijvend of lijdend is
  • oefening 4: multiple choice oefening waarin je moet bepalen of een zin bedrijvend of lijdend is
  • oefening 5: multiple choice oefening waarin je moet bepalen of een zin bedrijvend of lijdend is
  • oefening 6: multiple choice oefening waarin je moet bepalen of een zin bedrijvend of lijdend is
  • oefening 7: multiple choice oefening waarin je moet bepalen of een zin bedrijvend of lijdend is
  • oefening 8: vier oefeningen met het herkennen van lijdende en bedrijvende vorm

Oefenen met de keuze tussen een bedrijvende of lijdende vorm

  • oefening 1: vul de bedrijvende of lijdende vorm in van het werkwoord in de simple present
  • oefening 2: vul de bedrijvende of lijdende vorm in van het werkwoord in de simple past
  • oefening 3: twee oefeningen waarvan 1 een multiple choice oefening waarin je moet kiezen tussen het gebruik van een bedrijvende of lijdende vorm in de simple past
  • oefening 4: vul de bedrijvende of lijdende vorm in van het werkwoord in de present perfect
  • oefening 5: vul de bedrijvende of lijdende vorm in van het werkwoord in de toekomende tijd
  • oefening 6: vul de bedrijvende of lijdende vorm in van het werkwoord in (verschillende tijden)
  • oefening 7: vul de bedrijvende of lijdende vorm in van het werkwoord in (verschillende tijden)

Misschien vind je onderstaande pagina’s met oefeningen nuttig:

  • oefeningen met de Simple Present Passive (The house is built.)
  • oefeningen met de Simple Past Passive (The house was built.)
  • oefeningen met de Continuous Passive (The house is/was being built.)
  • oefeningen met de Perfect Passive (The house has/had been built.)
  • oefeningen met Future en Modal Passive (The house will be built. / The house may have been built.)
  • oefeningen met de lijdende vorm in verschillende tijden
  • oefeningen met de Personal Passive (She is known to have built a house.)
  • oefeningen met de Double Object Passive (She was given a house / A house was given)