De lijdende vorm in verschillende tijden

Oefenen met het maken van lijdende zinnen 

  • oefening 1: invuloefening waarin je lijdende zinnen maakt (de in te vullen tijden zijn aangegeven)
  • oefening 2: invuloefening waarin je lijdende zinnen maakt (de in te vullen tijden zijn aangegeven)

Oefenen met het lijdend maken van bedrijvende zinnen in verschillende tijden

  • oefening 1: invuloefening waarin je een bedrijvende zin lijdend maakt
  • oefening 2: invuloefening waarin je een bedrijvende zin lijdend maakt
  • oefening 3: invuloefening waarin je een bedrijvende zin lijdend maakt
  • oefening 4: invuloefening waarin je een bedrijvende zin lijdend maakt
  • oefening 5: invuloefening waarin je het bedrijvend gezegde lijdend maakt
  • oefening 6: invuloefening waarin je het bedrijvend gezegde lijdend maakt
  • oefening 7: multiple choice oefening waarin je moet bepalen wat de juiste lijdende zin is
  • oefening 8: multiple choice oefening waarin je moet bepalen wat de juiste lijdende zin is
  • oefening 9: invuloefening waarin je het bedrijvend gezegde lijdend maakt
  • oefening 10: invuloefening waarin je het bedrijvend gezegde lijdend maakt (verschillende tijden plus hulpwerkwoorden)

Oefenen met het bedrijvend maken van lijdende zinnen in verschillende tijden

  • oefening 1: invuloefening waarin je een lijdende zin bedrijvend maakt (advanced)

Misschien vind je onderstaande pagina’s met oefeningen nuttig:

  • oefeningen met het herkennen van de lijdende of bedrijvende vorm
  • oefeningen met de Simple Present Passive (The house is built)
  • oefeningen met de Simple Past Passive (The house was built)
  • oefeningen met de Continuous Passive (The house is/was being built)
  • oefeningen met de Perfect Passive (The house has/had been built)
  • oefeningen met Future en Modal Passive (The house will be built / The house may have been built)
  • oefeningen met de Personal Passive (She is known to have built a house)
  • oefeningen met de Double Object Passive (She was given a house / A house was given)