Tag question oefeningen

Oefenen met de tag question in de tegenwoordige tijd
(He is going, isn’t he? en He isn’t going, is he?)

  • oefening 1: multiple choice oefening met de tag van be, have, do, will/shall
  • oefening 2: invuloefening met de positieve tag van be en do  (He isn’t going, is he?)
  • oefening 3: invuloefening met de negatieve tag van be en do (He is going, isn’t he?)
  • oefening 4: invuloefening met de tag van be en do
  • oefening 5: invuloefening met de tag van be en do

Oefenen met de tag question in de verleden tijd
(He was going, wasn’t he? He wasn’t going, was he?)

  • oefening 1: invuloefening met de tag van be en do

Oefenen met de tag question in de tegenwoordige en verleden tijd
(He is going, isn’t he? He isn’t going, is he? He was going, wasn’t he? He wasn’t going, was he?)

  • oefening 1: multiple choice oefening met de tag vabe, have, do, will/shall
  • oefening 2: multiple choice oefening met de tag (tegenwoordige en verleden tijd van be, do, will/shall)
  • oefening 3: multiple choice oefening met de tag van be, have, do, will/shall
  • oefening 4: multiple choice oefening met de tag van be, have, do, will/shall)
  • oefening 5: multiple choice oefening met de tag van be, have, do, mustwill/shall
  • oefening 6: invuloefening met de tag van be, do, have en can
  • oefening 7: invuloefening met de tag van be, have, do, will/shall
  • oefening 8: invuloefening met de tag van be, have, do, will/shall
  • oefening 9: invuloefening met de tag van be, canhave, do, mustwill/shall
  • oefening 10: invuloefening met de tag van be, cando, will/shall

Misschien vind je onderstaande pagina met oefeningen nuttig: