Oefen met de Engelse lidwoorden (a/an/the)

Oefeningen met a en an

Oefeningen met a/an, the of geen lidwoord

  • oefening 1: invuloefening met lidwoorden: a / an, the of geen lidwoord
  • oefening 2: invuloefening met lidwoorden: a / an, the of geen lidwoord
  • oefening 3: multiple choice oefening met lidwoorden: a / an, the of geen lidwoord
  • oefening 4: multiple choice oefening met lidwoorden: a / an, the of geen lidwoord
  • oefening 5: een aantal multiple choice oefeningen met  lidwoorden: a / an, the of geen lidwoord
  • oefening 6: multiple choice oefening met lidwoorden: a / an, the of geen lidwoord
  • oefening 7: twee multiple choice oefeningen met  lidwoorden: the of geen lidwoord
  • oefening 8: invuloefening met lidwoorden: a / an of the
  • oefening 9: invuloefening met lidwoorden: a / an, the of geen lidwoord
  • oefening 10: multiple choice oefening met lidwoorden: a / an, the of geen lidwoord
  • oefening 11: multiple choice oefening met lidwoorden: a / an, the of geen lidwoord

Oefenen met the of geen bepaald lidwoord (bij geografische namen en eigennamen)

  • oefening 1: multiple choice oefening met geografische namen en het bepaald lidwoord
  • oefening 2: multiple choice oefening met geografische namen en het bepaald lidwoord
  • oefening 3: multiple choice over het gebruik van the bij geografische namen
  • oefening 4: invuloefening met geografische namen en het bepaald lidwoord
  • oefening 5: invuloefening met geografische namen en het bepaald lidwoord
  • oefening 6: invuloefening met geografische namen en het bepaald lidwoord
  • oefening 7: multiple choice oefening met the bij eigennamen en geografische benamingen
  • oefening 8: multiple choice oefening met the bij eigennamen en geografische benamingen

Oefenen met the of geen bepaald lidwoord (algemene versus specifieke betekenis)

  • oefening 1: multiple choice oefening met the of geen bepaald lidwoord
  • oefening 2: invuloefening met the of geen bepaald lidwoord

Oefenen met het gebruik van the of geen bepaald lidwoord (alles door elkaar)

  • oefening 1: invuloefening met the of geen bepaald lidwoord
  • oefening 2: multiple choice met the of geen bepaald lidwoord
  • oefening 3: multiple choice met the of geen bepaald lidwoord