Bijwoord en bijvoeglijk naamwoord oefeningen

Oefenen met de vorm van het bijvoeglijke naamwoord en het bijwoord (elementary)

  • oefening 1: spel waarbij je het bijwoord moet herkennen
  • oefening 2: invuloefening waar je het bijwoord moet herkennen
  • oefening 3: invuloefening waar je het bijwoord moet herkennen
  • oefening 4: invuloefening over de vorm van het bijvoeglijke naamwoord en bijwoord
  • oefening 5: invuloefening waarin je een bijwoord van een bijvoeglijk naamwoord maakt
  • oefening 6: invuloefening waarin je een bijwoord van een bijvoeglijk naamwoord maakt
  • oefening 7: invuloefening waarin je een bijwoord van een bijvoeglijk naamwoord maakt

Oefenen met het gebruik van het bijvoeglijke naamwoord en het bijwoord (intermediate)

  • oefening 1: multiple choice oefening over gebruik van bijvoeglijk naamwoord of bijwoord
  • oefening 2: invuloefening over gebruik van bijvoeglijk naamwoord of bijwoord
  • oefening 3: invuloefening over gebruik van bijvoeglijk naamwoord of bijwoord
  • oefening 4: multiple choice oefening over gebruik van bijvoeglijk naamwoord of bijwoord
  • oefening 5: invuloefening over gebruik van bijvoeglijk naamwoord of bijwoord
  • oefening 6: invuloefening over gebruik van bijvoeglijk naamwoord of bijwoord
  • oefening 7: invuloefening over gebruik van bijvoeglijk naamwoord of bijwoord (met uitleg bij de antwoorden)
  • oefening 8: invuloefening over gebruik van bijvoeglijk naamwoord of bijwoord met uitleg bij de antwoorden
  • oefening 9: herken de bijwoorden van graad
  • oefening 10: sleur en pleur oefening waarbij je zinnen resp. een bijwoord of een bijvoeglijk naamwoord op de juiste plek moet slepen
  • oefening 11: multiple choice oefening over bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden
  • oefening 12: multiple choice oefening over bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden (scroll helemaal naar beneden door)

Oefenen met het gebruik van bijvoeglijk naamwoord en bijwoord (advanced) o.a. ook over de vorm die hetzelfde voor bijwoord en bijvoeglijk naamwoord is (He works hard, A hard worker) en een betekenis die kan verschillen (He hardly worked).

  • oefening 1: multiple choice oefening over bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden en koppelwerkwoorden
  • oefening 2: invuloefening over bijvoeglijke naamwoord en bijwoord
  • oefening 3: invuloefening over bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden met dezelfde vorm maar verschillende betekenissen
  • oefening 4: multiple choice oefening over bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden

Oefenen met de volgorde van meerdere bijvoeglijke naamwoorden (e.g. a stunning green and yellow Indonesian silk sarong)

  • oefening 1: sleur en pleur meerdere bijvoeglijke naamwoorden op de juiste volgorde
  • oefening 2: multiple choice oefening met de volgorde van meerdere bijvoeglijke naamwoorden
  • oefening 3: invuloefening waarin meerdere bijvoeglijke naamwoorden op de juiste volgorde moeten worden geplaatst
  • oefening 4: multiple choice oefening met de volgorde van meerdere bijvoeglijke naamwoorden
  • oefening 5: multiple choice oefening met de volgorde van meerdere bijvoeglijke naamwoorden
  • oefening 6: multiple choice oefening met de volgorde van meerdere bijvoeglijke naamwoorden
  • oefening 7: verschillende oefeningen over de volgorde van meerdere bijvoeglijke naamwoorden
  • oefening 8: plaats de (bijvoeglijke naam)woorden in de juiste volgorde in de zin

Oefenen met bijvoeglijke naamwoorden eindigend op -ed en –ing (interested – interesting)

  • oefening 1: multiple choice oefening over bijvoeglijke naamwoorden eindigend op -ed en -ing
  • oefening 2: multiple choice oefening over bijvoeglijke naamwoorden eindigend op -ed en -ing
  • oefening 3: multiple choice oefening over bijvoeglijke naamwoorden eindigend op-ed en -ing
  • oefening 4: invuloefening over het bijvoeglijke naamwoorden eindigend op -ed en -ing
  • oefening 5: multiple choice oefening over bijvoeglijke naamwoorden eindigend op-ed en -ing

Oefeningen over bijvoeglijke naamwoorden die worden gebruikt als zelfstandig naamwoord (the old, the rich, etc.)

  • oefening 1: twee invuloefeningen over ‘the + bijvoeglijk naamwoord’ (niet interactief)
  • oefening 2: invuloefening over ‘the + bijvoeglijk naamwoord’

Oefenen met zelfstandige naamwoorden die worden gebruikt als bijvoeglijk naamwoord

  • oefening 1: multiple choice oefening over zelfstandige naamwoorden die worden gebruikt als bijvoeglijke naamwoord (scroll helemaal door naar onderen)
  • oefening 2: multiple choice oefening over zelfstandige naamwoorden die worden gebruikt als bijvoeglijke naamwoord