Oefenen met de trappen van vergelijking

Oefenen met de stellende, vergrotende en overtreffende trap (-er en –est)

  • oefening 1: invuloefening met -er en -est
  • oefening 2: invuloefening met -er en -est
  • oefening 3: multiple choice oefening over het gebruik van -er of -est
  • oefening 4: maak zinnen met as … as
  • oefening 5: maak zinnen met not as … as
  • oefening 6: invuloefening met de juiste vormen van -er en -est
  • oefening 7: oefen met de spelling van de -y / -ie

Oefenen met de vergrotende en overtreffende trap (-er/-est en more/most)

  • oefening 1: multiple choice oefening met -er/-est en more/most
  • oefening 2: invuloefening met -er/-est en more/most

Oefenen met de vergrotende trap (-er en more en uitzonderingen)

  • oefening 1: invuloefening met de vergrotende trap
  • oefening 2: multiple choice oefening met de vergrotende trap
  • oefening 3: invuloefening met de vergrotende trap
  • oefening 4: invuloefening met de vergrotende trap

Oefenen met de overtreffende trap (-est en most en uitzonderingen)

  • oefening 1: invuloefening met de overtreffende trap
  • oefening 2: invuloefening met de overtreffende trap
  • oefening 3: invuloefening met de overtreffende trap

Oefenen met de vergrotende en de overtreffende trap (-er/-est en more/most en uitzonderingen)

  • oefening 1: multiple choice oefening waarbij je moet kiezen tussen de vergrotende en de overtreffende trap
  • oefening 2: multiple choice oefening waarbij je moet kiezen tussen de vergrotende en de overtreffende trap
  • oefening 3: invuloefening met de vergrotende en de overtreffende trap
  • oefening 4: invuloefening met de vergrotende en de overtreffende trap
  • oefening 5: invuloefening met de vergrotende en de overtreffende trap